Regelprocessen

Condensverwerking

Door de hoge warmteterugwinning van maximaal 95% vindt in de tegenstroomwarmetewisselaar een sterke afkoeling plaats. Hierdoor kan het vocht in de afzuiglucht in de wisselaar condenseren. Het condens wordt opgevangen in een condensbak. Een vlotter
registreert automatisch het condens in de condensbak. Om storingen te voorkomen, kan het condens uit de unit naar een afvoer worden
geleid. De ventilatie-unit kan eventueel worden voorzien van een volautomatische condenspomp.

De ingebouwde vlotter waarschuwt wanneer
condens wordt gevormd en niet wordt afgevoerd.

Airmaster ventilatie-units in koud klimaat

De decentrale ventilatie-units van Airmaster zijn ook ontwikkeld voor een optimale werking in koude regio’s, zoals in het noorden van Scandinavië en Groenland, waar al veel units operationeel zijn.

De ventilatie-units hebben ingebouwde, intelligente besturingsprocessen waarmee de onderdelen automatisch worden ingesteld en de werking van de unit kan worden afgesteld als dat nodig is. Bijvoorbeeld om de unit tegen vorst te beschermen of om de gewenste inblaastemperatuur te behouden in periodes met lage buitentemperaturen.

Vorstbescherming

De hoge effectiviteit van de warmtewisselaar zorgt voor een laag energieverbruik voor de opwarming van de inblaaslucht, wat  niet alleen goed is voor de financiën, maar ook voor het milieu. De hoge effectiviteit kan er echter voor zorgen dat er in koude periodes condensatie van de afzuiglucht ontstaat in de warmtewisselaar. Als de buitenlucht erg koud is, bestaat de kans dat de condensatie bevriest tot ijs, waarbij de afvoerlucht wordt geblokkeerd in de warmtewisselaar.

Met dit probleem is uiteraard rekening gehouden in de ventilatie-units van Airmaster. De Airlinq®-besturing voorkomt de ijsvorming effectief door geleidelijk de hoeveelheid verse lucht verlagen en eventueel de hoeveelheid afzuiglucht verhogen tot het noodzakelijke niveau. Daarbij stijgt de afgiftetemperatuur weer. Als dit proces onvoldoende is om ijsvorming in de warmtewisselaar tegen te gaan, dan zal de Airlinq®-besturing de unit beschermen door deze uit te schakelen en een alarmsignaal te activeren.

Gekontroleerde inblaastemperatuur

Om een optimale warmterecuperatie te bereiken, zijn de ventilatie-units van Airmaster uitgerust met zeer efficiënte tegenstroomwarmtewisselaars. Daardoor kunnen de units grote delen van het jaar een comfortabele inblaastemperatuur geven met evenwichtige luchtmassa’s zonder gebruik van een naverwarmer.

De Airlinq®-besturing bewaakt de temperatuuromstandigheden in de ventilatie-unit voortdurend en regelt de luchtmassa’s automatisch wanneer de gewenste inblaastemperatuur bepaalde periodes niet binnen de aanvaardbare grenzen kan worden gehouden. In dat geval zal de besturing geleidelijk de hoeveelheid verse lucht verlagen en eventueel de hoeveelheid afzuiglucht verhogen tot het noodzakelijke niveau.

Naverwarming

Airmaster-ventilatie-units kunnen worden geleverd met een elektrische naverwarmer of met een naverwarmingsbatterij op water.

De naverwarmer wordt automatisch geactiveerd wanneer de inblaastemperatuur onder het gewenste niveau komt. (Zie afbeelding 1.)

Elektrisk eftervarmeflade

Elektrische naverwarmingsbatterij

Als de ventilatie-unit is uitgerust met een naverwarmer, zal de besturing pas wanneer de capaciteit van de naverwarmer 100% is gebruikt zorgen voor onevenwichtigheid in de luchtmassa voor zover dat nodig is.

Ventilatie-units met een elektrische naverwarmer worden geleverd met een adaptieve besturing van de naverwarmer waarbij het vermogen steeds aan de actuele behoefte wordt aangepast. Zo wordt gezorgd voor een energiezuinige werking en een stabiele inblaastemperatuur.

 

 

Afbeelding 1: Vereenvoudigd principeschema van ventilatie-unit met warmtewisselaar en naverwarmer.

Afbeelding 2: Vereenvoudigd principeschema van ventilatie-unit met warmtewisselaar en voorverwarmer.

Voorverwarming

Airmaster-ventilatie-units kunnen worden geleverd met een elektrische voorverwarmer of een ‘virtuele voorverwarmer’. Als de ventilatie-unit is uitgerust met een elektrische voorverwarmer, dan wordt de buitenlucht opgewarmd voordat deze naar de warmtewisselaar wordt geleid, om zo ijsvorming te voorkomen. De locatie van de voorverwarmer is te zien in afbeelding 2.

elektrisk forvarmeflade

Elektrische voorverwarmer

 

 

Afbeelding 3: Vereenvoudigd principeschema van ventilatie-unit met warmtewisselaar en verwarmingsbatterij voor virtuele voorverwarming (VPH).

Virtuele voorverwarming

Op sommige modellen kan de vorstbescherming ook worden gedaan met een naverwarmer en de functie ‘virtuele voorverwarming’ (VPH).

In periodes waarin de kans op ijsvorming bestaat, kan een klein deel van de verse lucht om de warmtewisselaar worden geleid via de bypassklep, zie afbeelding 3. Dat zorgt ervoor dat de afzuiglucht minder wordt afgekoeld in de warmtewisselaar waardoor ijsvorming wordt voorkomen. Het deel van de verse lucht dat om de warmtewisselaar wordt geleid, wordt weer vermengd met de verse lucht die door de warmtewisselaar is gekomen, voordat de naverwarmer de lucht opwarmt tot de gewenste inblaastemperatuur.

Als de ventilatie-unit is uitgerust met een voorverwarmer of naverwarmer, gecombineerd met de functie ‘virtuele voorverwarming’, zal de besturing pas wanneer de capaciteit van de naverwarmer voor 100% is gebruikt zorgen voor onevenwichtigheid in de luchtmassa.

Naverwarmingsbatterij op water

Bij de meeste ventilatie-units kan in plaats van een elektrische naverwarmingsbatterij een naverwarmingsbatterij op water worden gemonteerd. Met een naverwarmingsbatterij
op water kan de gewenste inblaastemperatuur ook worden bereikt. De grote oppervlakken van de naverwarmingsbatterij op water zorgen voor een goede overdracht van de warm-
te-energie naar de inblaaslucht.

De Airlinq-regeling start en stopt de naverwarmingsbatterij op water door middel van een motorgestuurd ventiel. De naverwarmingsbatterij op water wordt in de ventilatie-unit ingebouwd geleverd of als onderdeel van het luchtkanaalsysteem. Dit vergemakkelijkt en versnelt de aansluiting op de bestaande verwarmingsinstallatie.

Vorsbescherming van naverwarmingsbatterij op water

De naverwarmingsbatterij op water is voorzien van een aparte, autonome warmhoudklep die een minimale temperatuur garandeert, ook als de ventilatie-unit is uitgeschakeld. Alle nominale waarden voor de naverwarmingsbatterij op water zijn in de Airlinq-regeling voorgeprogrammeerd. De naverwarmingsbatterij op water is hierdoor tegen vorst beschermd en gebruiksklaar.

Naverwarmingsbatterij op water

Ventilatie-units met mogelijkheid voor afzonderlijke voor- en naverwarmer.

  • AM 500
  • AM 800
  • AM 900
  • AM 1000
  • AM 1200

Ventilatie-units met mogelijkheid voor naverwarmer met virtuele voorverwarmingsfunctie.

  • AM 150
  • AMC 150
  • AM 300
  • DV 1000

Debietmeting

In de meeste ventilatiegroepen zit een debietmeter om het luchtvolume te controleren. Debietmeting houdt in dat het luchtvolume wordt uitgedrukt in m3/u en garandeert een
perfecte balans tussen pulsie en extractie. Om het luchtvolume te kunnen uitdrukken in m3/u wordt er een debietmeter geplaatst tussen de ventilator en de mainbox die het drukverschil meet.

Het drukverschil wordt respectievelijk voor de verse lucht en de afzuiglucht gemeten en wordt dan omgezet in m3/u.

Automatische bypass

De Airlinq regeling zorgt ervoor dat de bypass geleidelijk open gaat als de inblaastemperatuur hoger wordt dan de ingestelde waarde. De Airlinq regeling past de inblaastemperatuur aan om de ruimte ’af te koelen’. Als het binnen te warm wordt, bijvoorbeeld door felle zon, wordt de bypass automatisch geopend.

Als samen met de ventilatie-unit een koelmodule wordt gemonteerd, wordt deze automatisch door Airlinq geactiveerd indien koeling met buitenlucht niet toereikend is. Wanneer
de koelmodule in werking is, wordt de bypass nog steeds gebruikt om de inblaastemperatuur te reguleren.

Nachtventilatie

Als het overdag erg warm geweest is, zullen de Airmaster ventilatiegroepen het vertrek ’s nachts automatisch afkoelen.

De nachtventilatie werkt volledig automatisch. Deze functie zal zowel de bypass als de koelmodule (indien aanwezig) gebruiken om de ruimte af te koelen. Dankzij deze functie
koelt het gebouw af en start de volgende dag met een aangename kamertemperatuur.

Koelen met koelmodules

Regelprocessen voor koelen

Energimeter

Alle ventilatie-units van Airmaster kunnen worden voorzien van een energiemeter die een nauwkeurig overzicht geeft van het stroomverbruik van de unit. Het stroomverbruik
van de unit kan rechtstreeks van de display van de energiemeter worden afgelezen. Het energieverbruik kan ofwel in het Airlinq Service Tool ofwel via Airlinq Online opgevolgd worden, indien de unit verbonden is met het internet.

Klaar voor luchtverandering

Bij Airmaster zijn we ‘decentraal’ met hart en ziel. Omdat wij veruit het beste binnenklimaat en daarmee het beste welbehagen kunnen creëren wanneer we feeling hebben met de individuele ruimte en haar gebruikers – en omdat wij de ambitie hebben om steeds beter te worden in wat wij doen en maken.

Nieuwsbrief